De
olijf, een ovaalvormige vrucht die in feite heel kwetsbaar is…
De olijf is een steenvrucht bestaande uit drie delen: een schil, een
oliehoudend vlezig deel en een pit met zaden. Stevig genoeg om zichzelf
te beschermen zou je zo denken, maar niets is minder waar.
Olijven
moeten met de nodige zorg en affiniteit behandeld worden, eenmaal beschadigd,
gaat dit immers ten koste van de kwaliteit van de olijfolie. Hoe zorgvuldiger
de olijven voor de persing worden behandeld en hoe sneller deze vruchten
na de pluk in de molen terechtkomen, hoe minder vrije vetzuren er vrijkomen
waardoor de olijfolie uiteindelijk van een betere kwaliteit zal zijn.
Een olijf
bestaat voor 70% uit water. Verder vind je er ook vitamine E en mineralen
zoals ijzer, natrium, calcium, fosfor en kalium in terug. Afhankelijk
van de rijpheid verandert ze van groen naar purper tot zwart. Verder
geldt ook nog hoe rijper de olijf, hoe hoger het oliegehalte. Dus uit
zwarte olijven kan je in feite het meeste olie halen.
De olijfboom
levert per oogst ongeveer 15 tot 50 kg olijven en kan meer dan 150 jaar
oud worden. Voor 1 liter olijfolie is ongeveer 5 kg olijven nodig.
De olijf,
het begin van een zuiders verhaal. Een verhaal dat op z'n mooist eindigt
in de vorm van zuivere olijfolie. En daar begint dan weer een smakelijk
nieuw verhaal…